Zonet maakten we de hoogmis mee waarin naar het land van herkomst en de vertrekplaats van de pelgrims wordt gerefereerd. We zijn (eindelijk) in Santiago.
De voor-voorlaatste dag was onze koninginnenrit: vertrokken in Lubian en 125 km gefietst naar Ourense. De voorgaande dagen legden we gemiddeld 65 km af, ofwel 2 dagetappes caminante. Dat liet ons toe de camino te nemen, hetgeen authentieker is dan de carretera (steenweg). Toegegeven, de koninginnenrit namen we de carretera. Twee extra factoren die het een epische rit maakten waren de loden hitte en de steile beklimmingen. We zaten in de Montes de Leon en deden tweemaal een beklimming van ongeveer 400 meter.
Eenmaal aangekomen in Ourense, bleek een toeristentreintje voor €0.85 naar de rivier te Ourense te rijden, waar er gratis publieke warme baden zijn. Net wat twee stikkapotte pelgrims nodig hebben.
Donderdag reden we van Ourense naar A Laxe. De uitlopers van Montes de Leon waren taai. Om Ourense des ochtends uit te raken dienden we enige honderden meters te klimmen. Tijdens het ontbijt in een cafeteria smulden we het heerlijke "pan de Cea", een beschermd streekproduct (vergelijk met het label van Geraardsbergse mattetaarten) dat volgens aloude traditie wordt gebakken in halfbolvormige ovens.
Een van de hoogtepunten op de camino mozarabe was het klooster van Oseira. Dit Cisterciƫnzerklooster werd gesticht in de 12de eeuw, is opgetrokken in Romaanse stijl waaraan angelsaksische (Cambridge) gotische elementen en barokke beschildering zijn toegevoegd. Ik genoot van een rondleiding door een van de 14 residerende paters. Ik zie veel gelijkenissen met het klooster van Orval: gerenoveerd in het interbellum, Orval brouwt bier, Oseira bakt brood en distilleert kruidenlikeur, de paters leven volgens de regel van Benedictus in een pittoreske abdij. Op zulke plaatsen proeft en ruikt men de aloude monastieke spiritualiteit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten